De Matthäus voor verliezers

In deze Stille week kun je in de media niet om het lijdensverhaal van Jezus heen, hetzij via The Passion, dit keer uitgevoerd in Den Haag, hetzij via Bachs Matthäus, uitgevoerd op talloze plekken in Nederland. En mocht je noch naar het een noch naar het andere kijken en luisteren, dan valt er genoeg over te lezen. Mij viel vandaag een opiniebijdrage op van Mirjam Schöttelndreier in de Volkskrant met als kop Eens per jaar mag het, huilen bij de Matthäus.

Ze schrijft: “Jaren van atheïsme hebben eindelijk de ruimte geschapen om Bachs passie als universeel verhaal van lijden, lafheid en moed, hoop en liefde te zien dat ieder mens diep  kan raken. Dat menig gelovige het areligieuze gedweep met de Matthäus een deftige variant vindt van shoppen op de meubelboulevard op  Tweede Paasdag, begrijp ik. Dat is ook zo. Maar ook de niet-gelovige wil wel eens wat anders dan troostshoppen; en bikram yoga geeft wel zweet, maar geen tranen. Dat mis je als mens, want er valt heus nog wel eens wat te huilen. Dus ben ook ik blij eens per jaar met Bachs religieuze opera te verwijlen in een verloren bestaan, waar God de mens een dak verschaft, een beetje met hem meeleeft en het leed verzacht. Heel kinderachtig, maar daar gaat geloof over, het idee  of de illusie van bescherming en troost. En als alles zinloos lijkt, is er dan toch nog iets: de liefde. Voor wie wil, van God. (…) In Naarden, of waar dan ook, staat een huis met een kruis waar je tussen alle dagelijkse topprestaties door even mag zijn wat ieder mens ook is: een verliezer. (…) ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder.’ Eens per jaar mag het.

Twee dingen vallen mij op. Allereerst die behoefte aan mogen huilen en een verliezer mogen zijn: “Bikram yoga geeft wel zweet, maar geen tranen. Dat mis je als mens.” Maar ook die beperking en al die verkleinwoordjes: “Er valt heus nog wel eens wat te huilen, God die een beetje met de mens meeleeft, even mogen zijn wat ieder mens ook is: een verliezer, ‘Wir setzen uns mit  Tränen nieder’, eens per jaar mag het.” Stel je voor dat je verlies en tranen al te serieus neemt.

Grote kans dat wij, inclusief ikzelf, nog teveel hebben om onszelf overeind te houden.  Teveel om te verliezen. Pas als je een echte verliezer bent en niets meer te verliezen hebt, komt er een mogelijkheid dat indrukwekkende verhaal van lijden, lafheid, moed, hoop en liefde werkelijk te begrijpen.

‘Wir setzen uns mit Tränen nieder.’ Eens per jaar mag het. Van mij mag het vaker. Maar daarvoor moeten we waarschijnlijk nog meer crises aan den lijve ervaren, dan die we nu meemaken.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vastentijd en borderline-maatschappij

De vastentijd is begonnen. De tijd vanaf Aswoensdag tot aan Pasen. Een christelijke ramadan, maar dan voor velen een lichtere versie, wat een middel kan zijn om te bezinnen en stil te staan bij het leven, je directe omgeving, en mogelijk ook bij God. Met de bedoeling het niet bij bezinning te laten, maar tot actie over te gaan.

Die bezinning start ik graag met input van bestseller-psychiater Dirk de Wachter, zeer bekend bij onze zuiderburen, en inmiddels ook doorgedrongen in ons koude kikkerlandje, die de Wachter typeert als ‘borderline-maatschappij’. In Vrij Nederland (5 februari 2013) wordt hij hierover uitgebreid geïnterviewd:

Hoezo is de wereld vol bekommernis en zijn we niet gelukkig? Zowel Nederland als België staat in de top van de geluksstatistieken. ‘Ik heb daar zo mijn gedachten over. Het blijkt dat in landen met de grootste gelukkigheid ook de graad van depressie, verzuring en malcontentement het hoogst is. Meer en meer is het een broos geluk van een dik ik op een klein eiland. Ik pleit ervoor dat we leren alstublieft een beetje ongelukkig te zijn. Het is op die manier dat we de wereld kunnen verbeteren. Ik ben wel wat ongelukkig over de onrechtvaardigheden in de wereld, over het vergroten van de kloof tussen arm en rijk, over de mensen die ik dagelijks in mijn praktijk zie. Een van de problemen is dat het doel van het bestaan in deze wereld het gelukkig zijn is. Voor mij mag het een bijwerking zijn, maar geen doel op zich. Het doel op zich is een goed leven, en dat betekent de verantwoordelijkheid nemen voor de ander. Hoe kan ik ervoor zorgen dat de ander, die mijn leven betekenis en zin geeft, bij mij binnenkomt? Die ander stoort mij in mijn zelfgenoegzame cocon, hij laat mij een beetje ongelukkig zijn. Maar dat zorgt er wel voor dat de hele samenleving meer verbonden is, dat we het ongeluk niet afstoten als een psychiatrische afwijking en zij die eraan lijden voor pillen naar de dokter sturen. We scoren 7,6 op de schaal van geluk, en we willen nog meer. Hoe kunnen we naar 7,8? Nog meer bubbelbaden tot we vermosselen tot weekdieren.’

(…)

In geen tijd hebben we tweeduizend jaar traditie bij het grofvuil gezet. We hebben daardoor de zingeving en de tijdgevers – de rituelen bij geboorte en huwelijksverbinding en dood – verloren. Nu zitten we met een vacuüm. Het zal opgevuld moeten worden, want we kunnen niet zonder zin.’ Misschien is die zin er niet en is het bestaan absurd?
‘Dat klinkt natuurlijk goed, van deze tijd, dat soort ironische praat. We gaan een weekendje naar de Balearen, drinken een glas wijn en zeggen: het is allemaal niets waard. Maar dan verliezen we ons inkomen, onze geliefde, onze gezondheid of ons kind, en dan is het niet meer om te lachen. Dan zit men op deze stoel te wenen als een kind.’ Vast. Maar dat betekent toch niet dat er een antwoord is op de zinvraag? (…) ‘Als de wereld absurd is, het bestaan geen zin heeft, onze kleine planeet in de kosmos een niets is, wij hier even rondlopen en dan in het niets verdwijnen, wat maakt het dan allemaal uit?’

(…) ‘Mijn antwoord ontleen ik aan de joodse filosoof Levinas. (…) ‘De ethiek gaat aan de existentie vooraf, wat compleet tegen de tijd is. In onze pseudo-darwinistische overleverswereld geldt de ethiek als versiering die erbij komt als er geld genoeg is. Dat is de populistische praat die vandaag verkocht wordt. Levinas draait dat helemaal om. Hij zegt: eerst is er ethiek, de zorg en de verantwoordelijkheid voor de ander. Je identiteit onttrek je uit de blik van de Ander. Die doorbreekt je zelfgenoegzaamheid en geeft zin aan je bestaan.’

Lees het complete artikel hier en als je niet van lezen houdt, kijk dan naar de eerste elf minuten van dit tv-optreden van De Wachter. Ik zou zeggen ‘De Wachter for president of misschien toch for pope.’ Of moesten we dat toch maar niet doen?

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kerst: de os en de ezel

Zo, hebben de dieren in de stal ook een rolletje in het kerstverhaal…

The Nativity

Among the oxen (like an ox I’m slow)                                                                                                 I see a glory in the stable grow                                                                                                   Which, with the ox’s dullness might at length                                                                                 Give me an ox’s strength.

Among the asses (stubborn I as they)                                                                                                 I see my Saviour where I looked for hay;                                                                                        So may my beastlike folly learn at least                                                                                          The patience of a beast.

Among the sheep (I like a sheep have strayed)                                                                                 I watch the manger where my Lord is laid;                                                                                    Oh that my baa-ing nature would win thence                                                                            Some woolly innocence!

C.S. Lewis

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Ik heb een rotleven – Re: Vind ik leuk

Hoeveel likes zou je krijgen als je op Facebook regelmatig een inkijkje geeft in de rottige kanten van je leven? Zaterdag 27 oktober publiceerde de Volkskrant een zeer interessant interview met de katholieke theoloog Erik Borgman, tijdens de Nacht van de Theologie uitgeroepen tot de spraakmakendste theoloog van Nederland. Een interview naar aanleiding van een te houden eigentijdse Bergrede de dinsdag daarop in de Amersfoortse Bergkerk. Borgman wil zijn gehoor graag een spiegel voorhouden: ‘Ik zet boven mijn verhaal: gelukkig wie met lege handen staat.’ In het spoor van Jezus: ‘Zalig zijn de armen van geest.’

Er is iets raars aan de hand, vindt hij. We maken elkaar gek. We verkopen een prachtige, succesvolle versie van onszelf, terwijl we ons tegelijkertijd geen raad weten met het leven. ‘Ik merk het aan mijn studenten. Ze weten niet wat ze moeten kiezen. Er is veel angst, negativisme, een gevoel van verlorenheid. Tegelijkertijd wordt van ons verwacht dat we super positief zijn. In sollicitatiebrieven die ik krijg, staan allemaal dingen die wij vroeger juist afleerden. Sollicitanten zetten zichzelf enorm op een voetstuk. Maar ze zijn niet dom, ze weten zelf ook dat hun verhaal zo lekgeprikt kan worden. Wat doe je jezelf dan aan?

‘Als je aan mensen vraagt wat voor rapportcijfer ze hun leven geven, zeggen ze nooit: een 3. Dat is taboe. Je hebt een rotleven en je geeft dat ook nog toe. Dan ben je pas echt mislukt. Je mag blijkbaar niet zeggen: ik sta met lege handen. Ik vind het dan goed dat er een traditie is, die zegt: gelukkig als je met lege handen staat.  Geef het toe, probeer jezelf niet krampachtig hoog te houden.’

Nu we niet meer massaal naar de kerk gaan, niet meer biechten of elke zondag horen dat we zondig zijn, lijkt het begrip schuld een anachronisme. Achterhaald, want wij zijn vrij, geen hogere macht die ons aanklaagt. ‘Fout’, zegt Borgman. ‘Mensen blijken zich, als ze een glas te veel op hebben en eerlijk zijn, vaak enorm schuldig te voelen. Ze hebben helemaal niet het idee dat ze het zo goed doen. Want eigenlijk hebben ze het niet hard genoeg geprobeerd. Alles is tegenwoordig onze eigen verantwoordelijkheid en daarmee is ook elk falen onze eigen schuld. Niemand of niets die ons vergeeft.’

(…) er is sprake van een verdampende controle. Niemand die we echt ter verantwoording kunnen roepen. Klimaatcrisis, financiële crisis; niemand is echt in control. We zijn niet de baas over ons leven en hebben het gevoel dat het niemand iets kan schelen wat ons overkomt. (…)

Geef toe dat het leven ‘verdomd ingewikkeld’ is, is de les van Borgmans Bergrede. ‘Pas als je erkent, dat je met lege handen staat, kan er wat veranderen. Dan kun je hopen dat ze weer gevuld worden.’ Hier is duidelijk iemand aan het woord die gelooft en ervan overtuigd is dat je er als mens niet alleen voorstaat: ‘Dat er iets of iemand is die jou draagt. Dat we niet uit Gods hand kunnen vallen. Vertrouwen in de toekomst is het geloof dat jou iets gegeven kan worden. Dat je het niet allemaal zelf hoeft te doen. Genade.’

Een opvallend, oud en tegelijk tegendraads, prikkelend verhaal. Zomaar in de Volkskrant. Daar heb ik op dit moment niet zoveel aan toe te voegen.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Holman over geloof dat niets kost

De columns van mijn naamgenoot Theodor Holman in het Parool doen mij bij een eerste blik altijd snel besluiten: Wel lezen of overslaan. Soms zijn ze raak. Vaak zit er, zeker als het om religie gaat, een ondertoon van bitterheid in. Met niet fijnzinnig schoppen als gevolg. En hoewel het aan de kaak stellen van hypocrisie, zeker als het gaat om godsdienst, een goede zaak is, vraag ik mij vaak af: Wat zit er achter die boosheid? Is het het terechte verdriet om de dood van Theo van Gogh? Is het ergernis in het algemeen? Of iets anders?

De column van maandag 23 juli 2012 is een uitzondering op de regel. De titel (in de papieren versie) ‘Geloof’ doet het ergste vrezen, maar dit keer krijgt de lezer een andere Holman te zien:

Ongeloof is een luxe-artikel. Ik geloof niet in God, maar ik kan me dat permitteren.

Vorige week was ik in een dorp waar de armoede groot is. Had de bevolking te eten? Ja. Ze aten wat ze verbouwden, en ze slachtten hun vee. Maar toch waren ze ‘Europees’ arm. Ze hadden geen betaald werk en ze zorgden voor elkaar. En ze waren ‘verdomd katholiek’.

Ik moest denken aan Gerard Reve, die mij ooit vroeg: ‘Waarom word je niet katholiek? Weet je wel dat dat niets kost? Nou ja, wat je ervoor overhebt natuurlijk. Liever ietsje meer dan ietsje minder, maar helemaal niets is ook goed.’

Het katholicisme in het dorp was ijzersterk. Dat zag je aan kleine dingen: een leuk hip meisje dat in de kapel een kaars brandde en bijna wanhopig om iets bad, een jonge man die achter in de kerk voortdurend weesgegroetjes prevelde terwijl hij de rozenkrans door zijn vingers liet glijden, een pastoor die, als hij het verveloze restaurant binnenkwam, eerst het hele kroostrijke gezin moest zegenen.

En toen moest ik naar de kerk om een huwelijk bij te wonen.

Zou ik meebidden? En de belangrijkste vraag: zou ik ter communie gaan?

Nee natuurlijk.

Maar toen zat ik in dat koele kerkje, zag ik de bruidegom, die zijn pak had gekocht bij de supermarkt, zag ik de bruid, die trouwde in de jurk die haar moeder had gemaakt en die na deze dag zou worden gebruikt om de wieg te bekleden van het kind dat in aantocht was, en voelde ik alle ogen op mij gericht, want ik was toch maar mooi uit Nederland gekomen om de trouwerij mee te maken.

Een beetje laf keek ik tijdens de plechtigheid naar mijn schoenpunten en hield ik met duim en wijsvinger de wijsvinger van mijn andere hand vast. Dat leek misschien op bidden, maar was het niet.

Toen kwam die heilige communie.

Ik wist niet wat ik moest doen en keek wanhopig naar de priester. Die lachte naar me en schudde toen vriendelijk zijn hoofd, ten teken dat ik niet naar voren hoefde te komen.

Hierbij zweer ik: als ik ooit gelovig word, word ik katholiek!

Tenminste, als het tegen die tijd nog steeds niets kost.

Ja, je kunt ook deze conclusie cynisch interpreteren. Katholicisme als een geloof dat niks voorstelt. Ik ben eerder geneigd te concluderen dat Holman twee spijkers op hun kop slaat. Met zowel zijn openingszin als zijn slotopmerkingen. Ongeloof als luxe-artikel. En geloof dat niets kost. Tenminste, als het gaat om de ontvanger.

Theodor, van mij mag je vaker een huwelijksdienst in het buitenland bijwonen.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Stille onrust – onrustige stilte – grote stilte – rust

Laatst heb ik de fout gemaakt tijdens een kort verblijf in de Abdij van Egmond werk mee te nemen dat af moest. Dat werkt dus niet. Ja, het werk kwam wel af. En uiterlijk was ik wel stil. Maar innerlijk stil worden en werken aan mijn ziel, dat kwam er niet van. Daarnaast viel mij tijdens mijn verblijf in de Abdij op hoe moeilijk veel aanwezige gasten het vonden de stilte te bewaren en hoe gastvrij en vriendelijk de broeders daarop reageerden. Dit in tegenstelling tot mijn innerlijke ergernis.

Eergisteren, op de late zondagavond, zond de omroep RKK het eerste deel van de BBC-serie The Big Silence uit. Vijf mensen (religieus en niet-religieus) die o.a. onder begeleiding van de abt Christopher Jamison de confrontatie met de stilte aangaan. Stilte die (in eerste instantie) niet prettig is, omdat je geconfronteerd wordt met je onrustige zelf, je onrustige ziel. De reden dat echte stilte zo weinig aanwezig is in het leven van de meeste westerse mensen. Maar, en dat is het spannende waarmee de serie inzet, stilte is niet alleen de weg naar de onrustige ziel, maar kan ook de weg worden naar God.

Ik zeg: Kijken! En daarna alle geluids- en informatiebronnen uit. Nog meer aanmoediging nodig? Check Trouw of de mooie bijdrage van Anton de Wit.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Spring is in the air

Op deze heldere en tegelijk koude eerste Paasdag, Pasen door de ogen van C.S. Lewis. Even tot de verbeelding sprekend als altijd. Hier in zijn essay ‘The Grand Miracle’:    “Christ has risen, and so we shall rise. St Peter for a few seconds walked on the water (Matthew 14:29); and the day will come when there will be a re-made universe, infinitely obedient to the will of glorified and obedient men, when we can do all things, when we shall be those gods that we are described as being in Scripture. To be sure, it feels wintry enough still: but often in the very early spring it feels like that.  Two thousand years are only a day or two by this scale. A man really ought to say, ‘The Resurrection happened two thousand years ago’ in the same spirit in which he says, ‘I saw a crocus yesterday.’ Because we know what is coming behind the crocus. The spring comes slowly down this way; but the great thing is that the corner has been turned. There is, of course, this difference, that in the natural spring the crocus cannot choose whether it will respond or not. We can. We have the power either of withstanding the spring, and sinking back into the cosmic winter, or of going on into those ‘high mid-summer pomps’ in which our Leader, the Son of Man, already dwells, and to which He is calling us. It remains with us to follow or not, to die in this winter,  or to go on into that spring and that summer.”

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Niet te geloven: The world will know peace

De afgelopen (vasten)tijd heb ik mij persoonlijk maar ook op school bezig gehouden met Kony 2012. Een project dat aandacht vraagt voor de nog steeds niet opgepakte Oegandese rebellenleider Joseph Kony – met zijn verzetsleger van de Heer – en op die manier voor de talloze ex-kindsoldaten in Oeganda. Een project dat inmiddels zeer diverse reacties heeft losgemaakt. Van instemming tot afkeuring. Van idealisme tot cynisme. Over de wereld. Over ontwikkelingshulp. Over rijk en arm. Over godsdienst en het misbruik daarvan.

Mij trof de ondertitel op één van de campagneposters: When the power of love overcomes the love of power, the world will know peace. Op deze Goede Vrijdag 2012 zet het mij op het spoor van de man die uit liefde zijn macht vrijwillig inleverde. Met grote gevolgen. Voor mensen. Voor deze wereld. The world will know peace. Bijna niet te geloven. Zoals het verhaal van Goede Vrijdag zelf bijna niet te geloven is.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bij de sluiting van een bijzondere religieuze winkel

Wat hebben een Surinaamse oma, een randkerkelijke en een straatschoffie met elkaar gemeen? Ze bezoeken allemaal een bijzondere religieuze winkel in Amsterdam. Of liever, bezóchten, omdat de winkel, aan de Nieuwezijds Voorburgwal, tussen kerst en oud en nieuw voor het laatst open was. Eerst eigendom van de Gebroeders van Paridon, later overgenomen door de Abdij van Egmond. ”Niet per se om geld te verdienen, maar om in Amsterdam een plaats te houden waar religieuze artikelen konden worden gekocht.” Aldus het bericht in het Parool van 24 december 2011.

“Trouwe klanten in overvloed: de Surinaamse oma’s die voor ieder van hun negen kleinkinderen een bidkaars kopen om een wens in vervulling te laten gaan, ‘de randkerkelijken’ die een boek over Benedictijnse monniken aanschaffen om aan het jachtige leven te ontsnappen, of de straatschoffies die voor een rozenkrans binnenstappen. (…) Voor een winkel in religieuze artikelen zou je denken dat er geen betere plaats voor is dan die waar de winkel nu zit: met vijf kerken op vijf minuten lopen. (…) Toch blijkt de winkel na tien jaar niet rendabel te zijn. ‘Alles wat met de kerk te maken heeft, loopt terug. Nieuwe generaties zijn minder geïnteresseerd in het geloof en de verzamelaars verdwijnen.”

Opvallende observaties. Trouwe klanten in overvloed. Maar kerk en geloof lopen terug. Weer een bevestiging uit de praktijk dat gevestigde kerken op hun retour lijken te zijn, terwijl de behoefte aan zingeving en spiritualiteit blijft, ja, misschien wel aan het toenemen is. Jammer dat deze religieuze plek er niet meer is om Surinaamse oma’s, randkerkelijken, ongebonden spirituelen, zinzoekers en straatschoffies op te vangen. Velen van hen weten gelukkig de weg naar de Abdij van Egmond, en abdijwinkel, buiten de stad te vinden.  Waar een groep Benedictijnse broeders vrij is voor God (Deo Vacare) en vrij is voor mensen (gastvrij).

En zolang de mogelijkheden niet in de stad zelf aanwezig zijn, is het des te meer de roeping van mensen in die stad om zélf de brug te vormen tussen spirituele zoekers en bronnen en gemeenschappen van waarde. Buiten én binnen de stad.

P.s. Afgelopen zaterdag weer een Abdijdag georganiseerd. Voor een diverse groep met toch een gezamenlijke zoektocht. Genoten van en aan het denken gezet door stilte, gastvrijheid, lectio divina en eeuwenoude Psalmen.

Geplaatst in Geen categorie | 2 Reacties

Als een mens een vis wordt…

Kerst is bij uitstek het feest waar het ‘hogere’ en het ‘lagere’ bij elkaar komen. Waar de hemel en de aarde elkaar raken. Opnieuw een gedeelte uit een van de boeken van de Amerikaanse journalist en schrijver Philip Yancey, dit keer uit ‘The Jesus I never knew’. Het kan helpen Kerst te gaan ervaren als feest waar hemel en aarde bij elkaar komen. Ook als je niet van een aquarium en vissen houdt.

“Om haar zes jaar oude zoontje de verschillende dieren te leren kennen gebruikte een vriendin van mij, Kathy, een ‘rara’ spelletje. Toen hij aan de beurt was, zei hij: “Ik denk aan een zoogdier. Hij is groot en kan toveren.” Kathy dacht even na en gaf het toen op. “Ik weet het niet.” “Het is Jezus”, zei haar zoontje triomfantelijk. Op dat moment leek dat nogal een oneerbiedig antwoord, vertelde Kathy mij, maar toen ze er later nog eens over nadacht, kwam ze tot het besef dat haar zoon blijk had gegeven van een verbijsterend inzicht in wat de menswording in werkelijkheid betekende: Jezus als zoogdier!

Ik ging iets van de menswording begrijpen toen ik een zoutwater-aquarium had. Ik kwam tot de ontdekking dat het goed zorgen voor een zeewater-aquarium geen eenvoudige zaak is. Ik moest voortdurend proeven nemen om het nitraatniveau en het ammoniagehalte na te gaan. Ik voegde vitaminen, antibiotica en sulfonamiden en voldoende enzymen aan het water toe om een rots te laten groeien.  Ik filterde het water door glasvezels en koolstof en stelde het bloot aan ultraviolet licht. Gezien alle energie die ik er in stak, zou je mogen aannemen dat mijn vissen mij op zijn minst dankbaar zouden zijn. Maar dat was niet het geval. Steeds als mijn schaduw boven het aquarium opdook, doken ze zo snel mogelijk weg in de dichtstbijzijnde schelp. Zij lieten mij slechts één ‘emotie’ zien: angst. Hoewel ik driemaal daags het deksel optilde en volgens een vast schema voedsel toediende, reageerden zij iedere keer weer op mijn verschijning alsof ik vast van plan was hen te kwellen. Ik kon ze niet overtuigen van mijn zorg voor hen.

Voor mijn vissen was ik een godheid. Ik was te groot en mijn handelingen waren te onbegrijpelijk voor hen. Mijn goede zorg voor hen beschouwden zij als wreedheid en mijn pogingen om hen gezond te houden als destructief. Ik begon in te zien dat, als ik hun ideeën wilde veranderen, er een vorm van incarnatie moest plaatsvinden. Ik zou een vis moeten worden en de taal leren ‘spreken’ die zij konden begrijpen.

Als een mens een vis wordt, is dat nog niets in vergelijking met als God een kind wordt. En toch is het dat wat er volgens de evangeliën te Bethlehem gebeurde. De God die de materie schiep, nam de gestalte daarvan aan, alsof een kunstenaar een onderdeel van zijn schilderij wordt of een toneelschrijver een toneelspeler in zijn eigen stuk. God schreef een verhaal, en gebruikte daarbij uitsluitend echte personen op de bladzijden van de werkelijke geschiedenis. Het Woord werd vlees.”

Een bijzonder Kerstfeest gewenst!

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie