Mooi werk

Over een week eindigt de Maand van de spiritualiteit. Ik bewaar goede herinneringen aan mijn tijd in Amstelveen toen ik namens de kerk waar ik voor werkte in samenwerking met Libris boekhandel Venstra elk jaar in die maand bijeenkomsten organiseerde met sprekers als Wil Derkse, Suzanne van der Schot, Joke Hermsen en Leo Fijen. Dit jaar is het thema, down to earth, ‘Werk in evenwicht’. En het bijbehorende essay Mooi werk is geschreven door Ben Tiggelaar waarin hij in 31 korte stukjes stil staat bij de vraag wat werken plezierig, goed en zinvol maakt. In dagblad Trouw was hierover al een mooi interview met hem te lezen: “Voor mij bestaat zingeving eruit dat ik geloof dat ik op aarde ben om anderen tot bloei te brengen. Dat houd ik steeds voor ogen.”

Als het over de kwaliteit en zinvolheid van werk gaat, valt er veel te leren van Benedictijnse monniken, die onder andere een gelofte van stabilitas afleggen. Met deze gelofte spreken ze, in vrijheid, hun commitment uit aan de gemeenschap en een Benedictijnse manier van leven. Maar deze ‘stabilitas’ betekent ook de dagelijkse dingen met aandacht doen.

In zijn boekje Een levensregel voor beginners schrijft Wil Derkse hierover (pagina 44-46) : “Er zijn zoveel mogelijkheden van wegdrijven van je aandacht, je commitment en je toewijding, zonder dat dat in een meer formele en uiterlijke zin geconstateerd kan worden. Je kunt tafel en bed met iemand delen en innerlijk grote afstand genomen hebben. De bestendigheid van je jawoord dat je gaf is verdwenen – maar al is een afstand nog zo groot, hij kan altijd wel door een klein woord, een klein gebaar, weer een stukje worden verminderd. (…) het gaat erom te groeien en te bloeien waar je geplant bent, in deze situatie, in dit gezin, in deze organisatie waaraan je het jawoord hebt gegeven, en niet ergens anders.

Want hoeveel escapistische dagdromerij besteden we niet aan gedachten als: was het maar vast volgende week, ik wou dat dit al klaar was, werkte ik maar ergens anders, waren de kinderen maar vast de deur uit, had ik maar een andere partner, kon ik maar opnieuw beginnen… Niet alleen zijn deze dagdromen onrealistisch, want ze zijn strijdig met de situatie hier en nu, maar ze tappen aandacht en energie af, waardoor wat de situatie van ons vraagt onvoldoende respons krijgt. We zijn dan letterlijk onverantwoordelijk bezig.

Maar je kunt je oefenen om het optreden van dagdromen  - en wie heeft ze niet? – beetje bij beetje aan banden te leggen, en gelijkertijd de aandacht als het ware om te keren en weer te richten op waar je mee bezig bent, of degene die je aandacht vraagt. Oefenen in erbij zijn kan geleidelijk vrucht dragen. (…) een telefoongesprek, je werk als onderhoudsmonteur aan een Boeing 747 van El Al, het bereiden van de maaltijd voor je gezin, je deelname aan de vergadering van de raad van bestuur, het contact met een collega tijdens een receptie, het plakken van een lekke fietsband. Voor al deze zaken geldt: de dingen gedijen bij onze aandacht – en wij gedijen dan tegelijk zelf ook beter.”

Een tegendraads geluid in een cultuur waar alles en iedereen om je heen om aandacht schreeuwt. Hoe een keuze te maken? En wat is dan de beste keuze? Vragen die verlammend kunnen werken, zodat je niet aan echt kiezen toe komt, en de dingen half, zonder aandacht en toewijding doet. Uitdagend om dan te lezen: “Het gaat erom te groeien en te bloeien waar je geplant bent.” Zelfs als je voor je gevoel op doorreis bent.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Liefde, zelfs voor je vijanden

Toen Geert Wilders, afgelopen week, bij de Algemene Beschouwingen werd gevraagd om voorbeelden te geven van voor hem belangrijke christelijke waarden, antwoordde hij met ‘opkomen voor je eigen volk’. Zijn antwoord werd in de Kamer met gelach begroet. Niet omdat het denken aan je landgenoten niet van waarde zou zijn, zoals Wilders later suggereerde. Wel omdat uit het antwoord blijkt dat Wilders niets van christelijke waarden heeft begrepen. Of  mogelijk het begrip ‘christelijke waarden’ misbruikt voor zijn eigen doeleinden.

In het centrum van de christelijke wereldbeschouwing, staat namelijk een man die zijn leerlingen en andere toehoorders opriep, niet slechts van ‘je eigen mensen’ te houden, maar nog een stap verder te gaan door je vijanden lief te hebben.  Jezus trok zo radicaal een lijn door die al in de joodse traditie was ingezet, namelijk gastvrijheid voor de vreemdeling. In navolging van deze Jezus zorgden christenen uit de eerste eeuwen, met gevaar voor eigen leven, in de stad voor mensen die leden aan de dodelijke pest. Terwijl velen de stad ontvluchtten, bleven zij. En dat wekte verbazing.  Deze christenen zorgden niet alleen voor hun ‘eigen zieken’, maar ook voor de zieken die geen christen waren, ja zelfs voor hen die vijandig stonden tegenover het christelijk geloof.

Déze christelijke waarde wens ik de heer Wilders, en allen die aan de (Hilversumse) borreltafel of in de Kamer beweren dat hij wel een punt heeft, toe. Ik kan mij enigszins voorstellen dat er niets anders dan bitterheid, halve waarheden en uitvergrotingen uit je mond komen, als je dag in dag uit beveiligd moet worden, en je regelmatig dreigementen moet incasseren. Maar ik geloof dat alleen de christelijke waarde van liefde voor mensen die anders zijn dan jij, waaronder ook je vijanden, het van boosheid, cynisme en angst kan winnen. Met hopelijk nuchtere, moedige en barmhartige keuzes van collega-politici en allen die met vluchtelingen te maken hebben als gevolg. En ja, dat kan ons wat gaan kosten.

P.s. Deze blogbijdrage is ook gepubliceerd als ingezonden bijdrage in het Nederlands Dagblad van dinsdag 22 september 2015.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Gandhi en mijn Fairphone

Vriendelijk kijkt Gandhi mij en mijn leerlingen vanaf het prikbord aan. Op de poster staat niet alleen zijn afbeelding, maar ook zijn bekende uitspraak Be the change you want to see in the world. Een prachtige uitspraak, beamen ook de leerlingen die ik in mijn lessen Levensbeschouwing voor mij heb. Maar nu de praktijk…

Een leerling houdt een spreekbeurt. Over onze mobiele telefoons en al het tin wat daarvoor gewonnen moet worden. Ten koste van mens en milieu aan de andere kant van de wereld. Haar klasgenoten zijn geboeid. En er worden goede vragen gesteld. Ik kan het niet laten om er nog even op door te gaan en aan de klas te vragen wat we zouden kunnen doen om deze vervuiling en uitbuiting te stoppen of op zijn minst te verminderen. Geopperd wordt oude mobieltjes te recyclen. Maar als ik voorstel minder snel een nieuwe telefoon te kopen en de vraag stel waarom je zo nodig het nieuwste model moet hebben, als je iets oudere model het nog prima doet, komen er protesten. “Maar meneer, je kunt toch geen iPhone 3 hebben, terwijl je weet dat er een iPhone 6 is?” Be the change you want to see in the world. Tja…

Dan vertel ik iets over mijn Fairphone. En het idee dat er achter zit. Een telefoon gemaakt met zoveel mogelijk onderdelen die eerlijk verkregen en eerlijk gemaakt zijn. Als de bel gaat vertrekken de meeste leerlingen. Maar een klein groepje blijft bij mijn bureau staan. “Meneer, mogen wij uw telefoon eens zien.” Die gaat vervolgens van hand tot hand, er wordt een foto mee gemaakt, en enthousiast wordt geconstateerd dat het best een cool ding is. Eén leerling neemt zich voor, als zij binnenkort een nieuwe mobiel mag aanschaffen, om mogelijk zo’n Fairphone te kopen. Be the change you want to see in the world!

Ik loop vrolijk naar de docentenkamer om pauze te gaan houden. Dit soort momenten, daarvoor sta je voor de klas. Maar tegelijk ben ik mij er pijnlijk van bewust hoe klein dit soort veranderingen zijn in een wereld waarin leerlingen half niet weten hoe ze beïnvloed worden en welke macht er uitgeoefend wordt door een bedrijf zoals Apple. Dat creatief en heel verantwoord Gandhi opneemt in zijn Think different clip maar ondertussen in het laatste kwartaal van 2014 een recordwinst van 18 miljard boekte over de rug van weet ik wie allemaal.

Be the change you want to see in the world. Ik doe mijn best. Maar ik vrees dat ik meer nodig heb dan dat. Een combinatie van een tempelreiniging en een voetwassing misschien?

P.s. Deze blog is ook gepubliceerd op www.40dagendelen.nl van TEAR.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Eten in de vastentijd

Vasten van eten en drinken doe ik deze 40 dagen tijd niet. Laat ik het maar eerlijk zeggen: Ik ben daar niet zo goed in. En gelukkig heb ik Jezus aan mijn zijde. De man die door zijn criticasters een veelvraat en dronkaard werd genoemd. De man die regelmatig at en dronk met mensen die erg van hem verschilden. En ook de man die als antwoord op de vraag waarom zijn leerlingen niet deden aan vasten, antwoordde: “U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is?”

Eten en drinken met mensen die anders zijn dan jijzelf, niet jouw soortgenoten, levert verrassende dingen op. Sinds een paar maanden eet ik regelmatig in de buurtkamer bij mij in de buurt. Elke week wordt er op een vaste avond een uitgebreide maaltijd geserveerd, vrijwillig gemaakt door buurtbewoners. En zowel oude bewoners, mensen die al hun leven lang in de wijk wonen, als nieuwe  bewoners schuiven aan. Mensen met een uitkering en zogenaamde ‘yuppen’, ouderen en kleine kinderen delen de maaltijd. Naast dat ik kan genieten van lekker eten en drinken, ontstaan er zeer diverse gesprekjes over de buurt, over het stadsdeel, over het leven van vroeger en nu en alle sores die daarbij komen kijken. En dat levert in ieder geval een relativering  op van mijn eigen leven, subgroep en dingen waar ik mij druk over maak. Soms confronterend, vaak een verademing. Bovendien blijken we meer met elkaar gemeen te hebben, dan op het eerste gezicht lijkt. Als ik aan het einde van de maaltijd moet bekennen dat ik opnieuw geen contant geld mee heb  genomen om te betalen, net als de vorige keer, en dus nog een bedrag heb open staan, grapt een buurtbewoner: ”Pas maar op, straks sturen we de deurwaarder op je af.”

Aan het begin van de film ‘Les Misérables’ wordt de op borgtocht vrijgelaten Jean Valjean gastvrij ontvangen door de bisschop in het dorp waar hij ‘s avonds beland is. Hij vertelt alles over zichzelf, inclusief het feit dat in zijn paspoort staat dat hij gevaarlijk is. Tijdens de maaltijd vraagt de huishoudster angstig en nieuwsgierig tegelijk welke  misdaad hij heeft begaan. Jean Valjean antwoordt: “Misschien heb ik wel iemand vermoord.” En kijkend naar de bisschop: “Misschien vermoord ik u wel.” Waarop de bisschop reageert: “Hoe weet u zeker dat ik u niet zal vermoorden?” “Is dat een grap?” vraagt Jean Valjean. “We moeten elkaar vertrouwen” reageert de bisschop.

Naïef? Zijn vertrouwen wordt namelijk die nacht beschaamd door zijn gast die er met het tafelzilver vandoor gaat. Of kent de bisschop het geheim van die man, door velen veelvraat genoemd, die 2000 jaar geleden bij iedereen aan tafel aanschoof,  zonder onderscheid te maken. Die voor zijn feest en voor zijn maaltijd iedereen uitnodigt. Uit wat voor bevolkingslaag je ook komt. Hoe je curriculum vitae of strafblad er ook uitziet. Bij die man schuif ik graag aan. Met of zonder vasten.

P.s. Deze blog is ook gepubliceerd op www.40dagendelen.nl van TEAR.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

No one gets left behind!

Vaak zeggen beelden meer dan woorden. En je hoeft daarvoor in de klas niet eens films in z’n geheel te laten zien. Al vragen de leerlingen daar natuurlijk wel om. :-) Onderdeel van het hoofdstuk ‘Anders’ in het levensbeschouwinglesboek Perspectief vormt een aantal fragmenten uit de film ‘Little Miss Sunshine’ (2006). Je ziet de zevenjarige Olive Hoover die mag meedoen aan een missverkiezing. Maar daar is ze, een beetje mollig en met grote brillenglazen, helemaal het type niet voor. Toch gaat de familie met Olive op reis, op weg naar de wedstrijd. En wat voor een familie: Olive’s opa is een grofgebekte oude hippie. Haar vader is een mislukte trainer-coach met zijn ‘Refuse to lose’ programma, waar niemand belangstelling voor heeft. Ook haar oom is mee op reis. Hij mag niet alleen thuisblijven, want deze miskende wetenschapper heeft zelfmoordneigingen. Dwayne, de broer van Olive, praat al maanden niet meer. En Olive’s moeder, die de boel bij elkaar probeert te houden. Zij lijkt nog de meest normale van het stel.

Ze rijden met z’n allen in een knalgele Volkswagenbus waar ook van alles mis mee is. De deur valt eruit, de claxon blijft hangen en ze moeten de bus elke keer aanduwen om hem te laten starten. Aan het eind van de trailer zie je de mooie scène dat de familie opeens ontdekt dat Olive niet in het busje zit. Ze zijn haar vergeten en hebben haar bij een benzinepomp achtergelaten. Je ziet het busje aan komen rijden om haar op te pikken, zonder te stoppen, omdat ze de auto niet opnieuw kunnen starten. En je hoort de stem van Olive’s vader op de achtergrond: “No one gets left behind! No one gets left behind!”

Zowel voor mijn werk op school, met leerlingen met zeer diverse achtergronden, als voor mijn werk voor de kerk, met ook een zeer diverse groep mensen, zowel cultureel als sociaaleconomisch, vind ik dit een zeer inspirerende gedachte. Én een inspirerend beeld, voor wat een gemeenschap zou kunnen zijn: Een VW-bus, met daarin een maffe diverse groep mensen met nogal wat sores, maar ook met een gezamenlijk doel, die het met vallen en opstaan met elkaar uithouden. “No one gets left behind!” Kijken die film!

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een omgedraaide poster

Het nieuwe schooljaar is weer begonnen. De eerste lessen zijn gegeven. En de eerste observaties zijn al weer gedaan. Ook is er al weer een eerste reactie gegeven op een bijzondere poster. Op het prikbord in mijn lokaal Levensbeschouwing heb ik namelijk verschillende posters opgehangen. Veel posters van personen: Jezus, Gandhi, de Dalai Lama, Mozes, Moeder Teresa, Mandela en Martin Luther King. En al een poosje is daaraan toegevoegd een afbeelding van Paus Franciscus.

Maar inmiddels hangt er al het tweede exemplaar. De afbeelding trof ik vorig schooljaar regelmatig omgedraaid opgeprikt op het prikbord aan. En op een gegeven moment was de afbeelding zelfs helemaal verdwenen. De poster roept meteen iets op. Nee, er worden niet zozeer vragen gesteld over de paus. En ik heb de poster ook niet opgehangen, omdat de school zichzelf ‘open katholiek’ noemt. Er worden vragen gesteld over die of dat wat de paus omhelst: ‘Ieeeuw, meneer, wat is dat?’ ‘Wat heeft die man?’ ‘Wat eng!’ Voor mij de gelegenheid te vertellen dat dat wat ze zien een mens is, zoals zij en ikzelf, met een naam, Vinicio Riva. Een man met een huidaandoening. Een man die verbaasd is over de omhelzing van de paus, omdat hij zo vaak anders gewend is: “He didn’t have any fear of my illness. He embraced me without speaking. I quivered. I felt a great warmth. I felt I was returning home ten years younger, as if a load had been lifted.”

Nee, de nieuwe paus is voor mij geen heilige. Maar wel een afbeelding waard. Om dat wat hij laat zien, allereerst in wat hij doet. Stefan Paas schreef hierover in ‘de Nieuwe Koers’: “Hij houdt van mensen, in het bijzonder van mensen die het slecht getroffen hebben. Franciscus heeft zijn vertrekken zo ingericht dat er altijd mensen over de vloer komen. Zijn voorganger, een van de knapste denkers van Europa, trok zich terug met zijn boeken. Hij wordt alleen door theologen gemist. Bergoglio, zelf hoogopgeleid, laat zien dat het antwoord op de secularisatie niet primair van intellectuelen komt, maar van christenen die zonder vrees dicht bij anderen kunnen zijn.”

Een mooi voorbeeld om komend seizoen na te volgen. Al zal dat zo simpel nog niet zijn. In ieder geval hang ik gerust een volgend exemplaar van de poster op het prikbord, als de vorige is verdwenen. Geen probleem.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Op zoek naar een ster die nooit dooft

In de lokalen waar ik het vak levensbeschouwing geef, hangt ook een afbeelding van hem aan de wand: Nelson Mandela. Tussen alle andere inspirerende figuren. Voor deze man maak ik graag ruimte op mijn prikbord en in mijn lessen. Een man die bitterheid en haat achterliet in de gevangenis en na zijn vrijlating koos voor verzoening. Een man met wie alle ‘groten der aarde’ graag op de foto wilden. Een man die leerlingen vooral kennen van “die film, meneer”. Over die rugbywedstrijd in Zuid-Afrika, gespeeld in 1995 toen zij nog lang niet geboren waren. Een man door Hans Dorrestijn bij Pauw & Witteman ‘een zwarte Christus’ genoemd.

Aan het leven van deze bijzondere persoon is een einde gekomen. Volgens Desmond Tutu, in een artikel in The Washington Post, geen ‘saint’ maar wel “saintly because he inspired others powerfully and revealed in his character, transparently, many of God’s attributes of goodness: compassion, concern for others, desire for peace, forgiveness and reconciliation.”

En ‘saintly’ mensen zijn zeldzaam. Maar de behoefte eraan des te groter. Paul Brill in de speciale Volkskrant-Mandela-bijlage van zaterdag 7 december: “Maar ik denk dat de verering die Mandela nu ten deel valt – in het Westen misschien zelfs wel meer dan elders – ook nog door iets anders wordt gevoed. Namelijk de behoefte aan iconische figuren die duidelijk het goede symboliseren of in elk geval door hun levensgeschiedenis en persoonlijkheid sterk tot de verbeelding spreken. Een behoefte die momenteel op mondiaal niveau slecht wordt bevredigd. (…) Eigenlijk is de nieuwe paus de figuur die op het internationale toneel de meeste geestdrift wekt met zijn onbevangen optreden en gepassioneerde aanklacht tegen armoede en achterstelling. Maar het lijkt me dat velen te ver zijn afgedreven van het geloof om nog de weg terug naar de kerk in te slaan. In dit universum staat de ster van Mandela uitzonderlijk flonkerend aan de hemel. Maar zal die ster over twintig, dertig jaar nog zo fel schijnen? Dat is allerminst zeker, vooral omdat zijn politieke erfenis dan waarschijnlijk zwaarder zal wegen. En die is op zijn best gemengd.”

Mensen als Mandela, en ook paus Franciscus, roepen bij mensen een verlangen naar het goede wakker. Iets dat ingewikkeld is om zelf te belichamen. Vandaar de behoefte aan heiligen. Maar zelfs als hun licht na de dood nog een poos fel blijft schijnen in verhalen en herinneringen, zullen ook deze ‘sterren’ ooit eens doven. Geen reden om te betreuren of cynisch over te doen. Want heiligen zijn er om te verwijzen. Naar die ene ster die nooit dooft.

Geplaatst in Geen categorie | 2 Reacties

De Matthäus voor verliezers

In deze Stille week kun je in de media niet om het lijdensverhaal van Jezus heen, hetzij via The Passion, dit keer uitgevoerd in Den Haag, hetzij via Bachs Matthäus, uitgevoerd op talloze plekken in Nederland. En mocht je noch naar het een noch naar het andere kijken en luisteren, dan valt er genoeg over te lezen. Mij viel vandaag een opiniebijdrage op van Mirjam Schöttelndreier in de Volkskrant met als kop Eens per jaar mag het, huilen bij de Matthäus.

Ze schrijft: “Jaren van atheïsme hebben eindelijk de ruimte geschapen om Bachs passie als universeel verhaal van lijden, lafheid en moed, hoop en liefde te zien dat ieder mens diep  kan raken. Dat menig gelovige het areligieuze gedweep met de Matthäus een deftige variant vindt van shoppen op de meubelboulevard op  Tweede Paasdag, begrijp ik. Dat is ook zo. Maar ook de niet-gelovige wil wel eens wat anders dan troostshoppen; en bikram yoga geeft wel zweet, maar geen tranen. Dat mis je als mens, want er valt heus nog wel eens wat te huilen. Dus ben ook ik blij eens per jaar met Bachs religieuze opera te verwijlen in een verloren bestaan, waar God de mens een dak verschaft, een beetje met hem meeleeft en het leed verzacht. Heel kinderachtig, maar daar gaat geloof over, het idee  of de illusie van bescherming en troost. En als alles zinloos lijkt, is er dan toch nog iets: de liefde. Voor wie wil, van God. (…) In Naarden, of waar dan ook, staat een huis met een kruis waar je tussen alle dagelijkse topprestaties door even mag zijn wat ieder mens ook is: een verliezer. (…) ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder.’ Eens per jaar mag het.

Twee dingen vallen mij op. Allereerst die behoefte aan mogen huilen en een verliezer mogen zijn: “Bikram yoga geeft wel zweet, maar geen tranen. Dat mis je als mens.” Maar ook die beperking en al die verkleinwoordjes: “Er valt heus nog wel eens wat te huilen, God die een beetje met de mens meeleeft, even mogen zijn wat ieder mens ook is: een verliezer, ‘Wir setzen uns mit  Tränen nieder’, eens per jaar mag het.” Stel je voor dat je verlies en tranen al te serieus neemt.

Grote kans dat wij, inclusief ikzelf, nog teveel hebben om onszelf overeind te houden.  Teveel om te verliezen. Pas als je een echte verliezer bent en niets meer te verliezen hebt, komt er een mogelijkheid dat indrukwekkende verhaal van lijden, lafheid, moed, hoop en liefde werkelijk te begrijpen.

‘Wir setzen uns mit Tränen nieder.’ Eens per jaar mag het. Van mij mag het vaker. Maar daarvoor moeten we waarschijnlijk nog meer crises aan den lijve ervaren, dan die we nu meemaken.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vastentijd en borderline-maatschappij

De vastentijd is begonnen. De tijd vanaf Aswoensdag tot aan Pasen. Een christelijke ramadan, maar dan voor velen een lichtere versie, wat een middel kan zijn om te bezinnen en stil te staan bij het leven, je directe omgeving, en mogelijk ook bij God. Met de bedoeling het niet bij bezinning te laten, maar tot actie over te gaan.

Die bezinning start ik graag met input van bestseller-psychiater Dirk de Wachter, zeer bekend bij onze zuiderburen, en inmiddels ook doorgedrongen in ons koude kikkerlandje, die de Wachter typeert als ‘borderline-maatschappij’. In Vrij Nederland (5 februari 2013) wordt hij hierover uitgebreid geïnterviewd:

Hoezo is de wereld vol bekommernis en zijn we niet gelukkig? Zowel Nederland als België staat in de top van de geluksstatistieken. ‘Ik heb daar zo mijn gedachten over. Het blijkt dat in landen met de grootste gelukkigheid ook de graad van depressie, verzuring en malcontentement het hoogst is. Meer en meer is het een broos geluk van een dik ik op een klein eiland. Ik pleit ervoor dat we leren alstublieft een beetje ongelukkig te zijn. Het is op die manier dat we de wereld kunnen verbeteren. Ik ben wel wat ongelukkig over de onrechtvaardigheden in de wereld, over het vergroten van de kloof tussen arm en rijk, over de mensen die ik dagelijks in mijn praktijk zie. Een van de problemen is dat het doel van het bestaan in deze wereld het gelukkig zijn is. Voor mij mag het een bijwerking zijn, maar geen doel op zich. Het doel op zich is een goed leven, en dat betekent de verantwoordelijkheid nemen voor de ander. Hoe kan ik ervoor zorgen dat de ander, die mijn leven betekenis en zin geeft, bij mij binnenkomt? Die ander stoort mij in mijn zelfgenoegzame cocon, hij laat mij een beetje ongelukkig zijn. Maar dat zorgt er wel voor dat de hele samenleving meer verbonden is, dat we het ongeluk niet afstoten als een psychiatrische afwijking en zij die eraan lijden voor pillen naar de dokter sturen. We scoren 7,6 op de schaal van geluk, en we willen nog meer. Hoe kunnen we naar 7,8? Nog meer bubbelbaden tot we vermosselen tot weekdieren.’

(…)

In geen tijd hebben we tweeduizend jaar traditie bij het grofvuil gezet. We hebben daardoor de zingeving en de tijdgevers – de rituelen bij geboorte en huwelijksverbinding en dood – verloren. Nu zitten we met een vacuüm. Het zal opgevuld moeten worden, want we kunnen niet zonder zin.’ Misschien is die zin er niet en is het bestaan absurd?
‘Dat klinkt natuurlijk goed, van deze tijd, dat soort ironische praat. We gaan een weekendje naar de Balearen, drinken een glas wijn en zeggen: het is allemaal niets waard. Maar dan verliezen we ons inkomen, onze geliefde, onze gezondheid of ons kind, en dan is het niet meer om te lachen. Dan zit men op deze stoel te wenen als een kind.’ Vast. Maar dat betekent toch niet dat er een antwoord is op de zinvraag? (…) ‘Als de wereld absurd is, het bestaan geen zin heeft, onze kleine planeet in de kosmos een niets is, wij hier even rondlopen en dan in het niets verdwijnen, wat maakt het dan allemaal uit?’

(…) ‘Mijn antwoord ontleen ik aan de joodse filosoof Levinas. (…) ‘De ethiek gaat aan de existentie vooraf, wat compleet tegen de tijd is. In onze pseudo-darwinistische overleverswereld geldt de ethiek als versiering die erbij komt als er geld genoeg is. Dat is de populistische praat die vandaag verkocht wordt. Levinas draait dat helemaal om. Hij zegt: eerst is er ethiek, de zorg en de verantwoordelijkheid voor de ander. Je identiteit onttrek je uit de blik van de Ander. Die doorbreekt je zelfgenoegzaamheid en geeft zin aan je bestaan.’

Lees het complete artikel hier en als je niet van lezen houdt, kijk dan naar de eerste elf minuten van dit tv-optreden van De Wachter. Ik zou zeggen ‘De Wachter for president of misschien toch for pope.’ Of moesten we dat toch maar niet doen?

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Kerst: de os en de ezel

Zo, hebben de dieren in de stal ook een rolletje in het kerstverhaal…

The Nativity

Among the oxen (like an ox I’m slow)                                                                                                 I see a glory in the stable grow                                                                                                   Which, with the ox’s dullness might at length                                                                                 Give me an ox’s strength.

Among the asses (stubborn I as they)                                                                                                 I see my Saviour where I looked for hay;                                                                                        So may my beastlike folly learn at least                                                                                          The patience of a beast.

Among the sheep (I like a sheep have strayed)                                                                                 I watch the manger where my Lord is laid;                                                                                    Oh that my baa-ing nature would win thence                                                                            Some woolly innocence!

C.S. Lewis

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen